Druiven

Geschikte soorten

Bij druiven denkt iedereen meteen aan de landen rond de Middellandse Zee. Maar door veredeling zijn er tegenwoordig druivenrassen die het ook in niet-mediterrane streken uitstekend doen. En óók nog zeer smakelijke druiven opleveren. Geschikte soorten zijn ‘Blauer Portugieser’ (blauwe druif), ‘Müller-Thurgau’ (witte druif) en ‘Boskoops Glorie’.

De beste plek

De beste resultaten mag u verwachten als een druif over een pergola kan groeien of tegen een zuidmuur langs draden of een latwerk. Drassige, slecht doorlatende grond waardeert hij niet. Net zomin als erg zure grond. Geef regelmatig organische mest en compost voor een goede groei.

Wanneer planten?

Druivenplanten die in een container gekweekt zijn, kunt u het hele groeiseizoen planten. Voor de overige druiven geldt: planten tussen oktober en februari Zet de planten tegen een beschutte, zonnige muur op zo’n anderhalve meter uit elkaar. Of neem een plant en laat die een paar gesteltakken ontwikkelen. Verbeter de grond voor het planten met mest of compost. Snoei de stam na het planten terug en giet regelmatig.

Wintersnoei

Een druif moet u meerdere keren per jaar snoeien. Maar doe dat niet als de plant nog geen blad heeft, want dan gaat de druif ‘bloeden’. De grote snoeibeurt kunt u het beste geven in december of januari. Bij strenge vorst mag niet worden gesnoeid. De scheuten van de druif worden gevormd uit de knoppen van oude takken, de gesteltakken. Aan die scheuten krijgt de druif later vruchten. In de winter snoeit u de kale, vruchtdragende takken tot 2 à 3 ogen van de hoofdtak terug. Daar kan het komende jaar weer een nieuwe vruchtdragende scheut uit te groeien.

Voorjaarssnoei

In april barsten de knoppen van de druif in één keer open. Niet alle knoppen mogen uitlopen tot takken: dan wordt de plant een wirwar en groeit hij niet in de gewenste vorm. Snoei gerust alle slappe en dunne scheuten weg, zodat de krachtigste nieuwe scheut overblijft – dat mag er maar één zijn. Aan die scheut ontstaan de bloemen en later de druiventros.

Zomersnoei

In de zomer snoeit u nog een keer (eigenlijk zo lang de plant blijft groeien). Haal het groeipunt weg, dat na het derde of vierde blad achter de tros ligt. Snoei ook de jonge scheuten, ook wel ‘dieven’ genoemd. Haal tijdens de rijping van de druiven het blad rondom de tros weg, zodat de zon er beter bij kan komen. Voor mooie tafeldruiven moet u de druiven krenten. Met een speciaal schaartje knipt u de kleine druifjes binnenin de tros aan de punt weg. Laat de ‘schouders’ van de tros intact.
Om echt volle trossen druiven te krijgen, laat u maar één tros per scheut ontwikkelen. De andere trossen snoeit u weg.