Appels en Peren

  Bij de aanplant van appels en peren denken we in de eerste plaats aan de lekkere vruchten.

Daarop zijn de rassen door de eeuwen heen geselecteerd.

De vorm, kleur, smaak en houdbaarheid van de vruchten bepalen hun waarde.

Bij appels wordt tegenwoordig een rode blos gewaardeerd.

In de bloesemtijd zijn de bomen even mooi als siergewassen.

Appel – boomvormen: Van appel (Malus domestica) zijn diverse boomvormen te koop,

van de klein blijvende spil tot majestueus uitgroeiende hoogstambomen.

Voor kleine tuinen zijn ook leivormen geschikt.
Vruchtrassen worden altijd geënt op een onderstam.

Die bepaalt de mate van groei van het ras van appel of peer.

Soms is ook nog een tussenstam gebruikt. Zwakgroeiende onderstammen zoals ‘M 9’ en ‘M 27’

zorgen ervoor dat de vruchtboom klein blijft en toch rijk draagt.

Boomvormen: De spil wordt met een zwak groeiende onderstam niet hoger dan

3 meter en is daardoor ideaal voor een kleine tuin.

Zet eerst een stevige boompaal in de grond van circa 2,5 m lengte; Een ouderwetse hoogstam is vaak ongelooflijk mooi.

Maar mooi is niet altijd praktisch.

Zo vergt een hoogstamboom veel ruimte, wel 15 m².

De eerste takken zitten bovendien 2 m boven de grond.

Voor het oogsten en snoeien is daarom een ladder nodig.
De struik (stam van 50 cm hoogte) en de halfstam

(stam van 1 à 1,20 m hoogte) zijn tussenvormen.

Ook deze boomtypen hebben vrij veel ruimte nodig,

maar minder dan een hoogstam.

Appel – rassen :

Bij de keuze van het ras spelen vooral eigenschappen een rol,

die met de vrucht te maken hebben.

Wordt het een handappel of een moesappel? Een tweede punt van overweging is de houdbaarheid.

Zomerappels zoals ‘James Grieve’ kunnen slechts enkele weken worden bewaard.

Bij bewaarappels zoals ‘Boskoop’ is dat wel enkele maanden.
Een typische zomerappel (augustus) is ‘James Grieve’. Bewaarbaar is ‘Alkmene’, begin september. Goede bewaarappels zijn ‘Elstar’ en ‘Cox Orange Pippin’. ‘Jonagold’ (pluk: oktober, bewaarbaar tot februari). Als moesappel wordt het ouderwetse bewaarras ‘Boskoop’

(beter gekend als ‘Goudreinette’) nog steeds gewaardeerd.
Ouderwetse rassen: Appelrassen met namen zoals

‘Zijden Hemdje’, ‘Sterappel’, Dubbele Bellefleur’ en ‘Groninger Kroon’

spreken tot de verbeelding.

Ze gedijen vaak goed zonder veel verzorging.

Het zijn rassen voor de echte liefhebber.

De vruchten hebben vaak een karakteristieke smaak.

Bestuiving : De bloemen van vruchtbomen moeten worden bestoven.

Anders kunnen ze geen vruchten ontwikkelen.

Voor bestuiving zijn minstens twee bomen van dezelfde soort nodig; twee appelbomen dus.

Ze mogen wel verschillend van ras zijn, zolang ze maar gelijktijdig bloeien.

Daarom zijn ook sierappels geschikt voor de bestuiving van consumptie-appels.

De beste bestuivers zijn Malus ‘Golden Hornet’ en ‘Prof. Sprenger’.

Sierappels zijn er voldoende in woonwijken.

Peren : De onderstam voor peren (Pyrus communis) is voornamelijk ‘Kwee MA’ en ‘Kwee MC’.

Maar zelfs met een zwakke onderstam groeien peren sterker dan appels.

Een hoogstam met ‘Zaailing’ als onderstam heeft een smallere kroon dan appels.

Peren houden van warmte en beschutting. Een aantrekkelijk ras is ‘Conference’ dat al in het derde jaar na planten eind augustus/

begin september een bescheiden oogst kan geven.

Het voordeel van deze peer is dat de ‘Conference’ ook zonder bestuiving vruchten vormt.

Bestoven vruchten worden echter groter en hebben een mooiere vorm.

Als zomerras is ‘Bonne Louise d’Avranches’ aan te bevelen.

Vier dagen na de pluk zijn de vruchten rijp. Goede stoofperen zijn ‘St. Remy’ en ‘Gieser Wildeman’.